ECLI:NL:RVS:2007:AZ7445
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- H.P.J.A.M. Hennekens
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen gedeeltelijke intrekking vergunning milieubeheer
Bij besluit van 4 april 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (Limburg) de vergunning van 11 oktober 2005 gedeeltelijk ingetrokken op grond van de Wet milieubeheer. Deze vergunning betrof het houden van 55 stuks melkrundvee en 55 stuks jongvee op een inrichting te Bergen.
Op 6 december 2006 is het Besluit landbouw milieubeheer in werking getreden, dat onder meer regelt dat vergunningen voor melkrundveehouderijen met minder dan 200 stuks melkrundvee van rechtswege vervallen. Gelet hierop is de vergunning van 11 oktober 2005 van rechtswege komen te vervallen.
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit tot gedeeltelijke intrekking, maar aangezien de vergunning inmiddels van rechtswege is vervallen, heeft appellant geen procesbelang meer bij de beoordeling van het besluit. De Raad van State verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 31 januari 2007.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke intrekking van de vergunning is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang.