ECLI:NL:RVS:2007:AZ7885
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- P.A. Offers
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verantwoordelijkheid Duitsland voor behandeling asielverzoek volgens Dublin-verordening
Appellante diende op 24 september 2003 een asielverzoek in Nederland in en later op 3 september 2004 een nieuw verzoek in Duitsland. Nederland verzocht Griekenland om overname van het eerste verzoek, welke werd aanvaard. De overdracht kon echter niet plaatsvinden doordat appellante met onbekende bestemming vertrok. Duitsland verzocht Nederland om terugname van appellante, wat werd afgewezen. Duitsland vroeg vervolgens Griekenland om overname van het Duitse verzoek, wat werd aanvaard. Duitsland diende een verzoek tot terugname in bij Duitsland, dat werd geaccepteerd.
De Raad stelt vast dat Griekenland verantwoordelijk was tot 24 juli 2005, waarna Nederland verantwoordelijk zou worden. Omdat Duitsland de overdracht niet binnen zes maanden uitvoerde, werd Duitsland op grond van artikel 19, vierde lid, van de Dublin-verordening verantwoordelijk voor de behandeling van het Duitse verzoek vanaf 3 mei 2005.
De voorzieningenrechter had terecht geoordeeld dat Duitsland verantwoordelijk is, maar had niet onderkend dat deze verantwoordelijkheid op artikel 19, vierde lid, berust. De klacht van appellante is terecht voorgedragen, maar leidt niet tot vernietiging van de uitspraak. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek en wijst het hoger beroep af.