Uitspraak
200305502/1, heeft de Afdeling het hoger beroep van appellant gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het besluit van 10 december 2002 vernietigd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Roermond weigerde vrijstelling te verlenen voor het verbouwen van een winkel tot een winkel met bovenwoning op een perceel in Roermond. Het bezwaar en beroep hiertegen werden door de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandeld.
De kern van het geschil betrof de vraag of er binnen het differentiatievlak al twee woningen aanwezig waren, waardoor het bouwplan in strijd zou zijn met het bestemmingsplan "Herten 1987". Het college stelde dat er al twee woningen waren: een aan een locatie in Roermond en een boven een horeca-inrichting. De appellant voerde aan dat ten tijde van de bouwaanvraag geen tweede woning aanwezig was en dat daarom een bouwvergunning van rechtswege was verleend.
De Raad van State overwoog dat de vergunde situatie uit 1974 leidend is, tenzij de feitelijke situatie duurzaam is gewijzigd. Uit controles bleek dat de ruimte boven de horeca-inrichting geschikt was voor zelfstandige bewoning en dat er geen aanwijzingen waren dat deze woning was vervallen. Het rapport uit 1994 toonde incidenteel gebruik als vergaderruimte, maar dat ontnam niet het karakter van woning. Ook het ontbreken van inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie deed hieraan niet af.
Daarom oordeelde de Raad dat er ten tijde van de bouwaanvraag reeds twee woningen binnen het differentiatievlak waren en dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan.