Uitspraak
200410184/1(BR 2006, 147) moet, in aanmerking genomen de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 2 van Pro het Bblb, aanhef, en onder e, het hierin gestelde kenmerk aldus worden uitgelegd dat er een functionele relatie bestaat tussen de erf- of perceelafscheiding en het op dat erf of perceel staande gebouw. In het onderhavige geval is sprake van één kadastraal perceel. Het hekwerk is geplaatst ten behoeve van het dierenpension dat op het voorste gedeelte van het perceel is gevestigd. Het achterste gedeelte van het perceel wordt gebruikt als uitlaatplaats en speelweide ten behoeve van het dierenpension. De bestemming "Agrarisch gebied met gebiedseigen natuurwaarden, kwetsbaar - An -" laat dit gebruik echter, anders dan op het voorste gedeelte van het perceel, waarop de bestemming "Agrarisch aanverwante bedrijven, dierenpension" rust, niet toe. Gelet op deze planologische regeling die bij de uitleg van het begrip "functionele relatie" in artikel 2 van Pro het Bblb van doorslaggevend belang moet worden geacht kan geen functionele relatie worden aangenomen tussen het dierenpension en het hekwerk, voor zover dat is geplaatst op het achterste gedeelte van het perceel. De omstandigheid dat het hekwerk dient om te voorkomen dat dieren ontsnappen tijdens hun verblijf in de uitlaatplaats/speelweide, doet hier niet aan af, nu dit gebruik niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan. De rechtbank is met juistheid tot hetzelfde oordeel gekomen.