ECLI:NL:RVS:2007:AZ8484
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkheidsverklaring bezwaar subsidie mosselzaadproject
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verleende op 30 november 2004 een subsidie van maximaal €508.821 aan een mosselproducerend bedrijf voor een project gericht op alternatieve winning van mosselzaad. Appellante, een innovatiebedrijf dat een vergelijkbare methode ontwikkelde, maakte bezwaar tegen deze subsidieverlening, maar dit bezwaar werd door de minister niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante volgens de minister geen belanghebbende was.
De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de subsidie niet rechtstreeks gericht was op het ontstaan van een concurrerend aanbod en dat appellante geen dreigend omzetverlies zou lijden. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel degelijk belanghebbende is, omdat de subsidie leidt tot een substantieel extra aanbod en daarmee tot dreigend omzetverlies.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellante als concurrent belanghebbende is bij het besluit, omdat de subsidieverlening rechtstreeks gericht is op een concurrerend aanbod binnen hetzelfde marktsegment. De niet-ontvankelijkheidsverklaring wordt vernietigd en het bezwaar dient inhoudelijk te worden behandeld. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het bezwaar van appellante tegen de subsidieverlening wordt ontvankelijk verklaard.