ECLI:NL:RVS:2007:AZ8713
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onvoldoende beoordeling vrees appellant
Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen op 4 juli 2005. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vrees van appellant dat hij zou worden gedood door de mensen die zijn vader hadden gedood. Deze vrees was aangevoerd voorafgaand aan het besluit, maar werd volgens de rechtbank niet in het nader gehoor naar voren gebracht en daarom niet betrokken in de beoordeling door de minister. De Raad van State oordeelde dat deze vrees wel degelijk bij de beoordeling had moeten worden betrokken en dat de rechtbank dit ten onrechte had miskend.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister, en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen waarin de vrees van appellant adequaat wordt onderzocht en beoordeeld. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit met een adequaat onderzoek naar de vrees van appellant.