Uitspraak
200106279/1(BR 2003, p. 119) - moet onder bijgebouw worden verstaan een gebouw dat, zowel in bouwkundige als in functionele zin, ondergeschikt is aan en ten dienste staat van een hoofdgebouw.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Deurne legde appellanten een dwangsom op om de permanente bewoning van een vakantiewoning te staken, omdat dit volgens het college in strijd was met het bestemmingsplan. Appellanten maakten bezwaar, dat door het college werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit van het college.
Het college en appellanten stelden beiden hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat de vakantiewoning als bijgebouw moest worden aangemerkt. De woning was oorspronkelijk een kippenhok, maar door verbouwing tot zelfstandige woning verloor het zijn karakter als bijgebouw. Hierdoor was permanente bewoning niet strijdig met het bestemmingsplan.
De Raad verklaarde het hoger beroep van appellanten gegrond en dat van het college ongegrond, bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het college mocht niet handhavend optreden tegen de permanente bewoning van de vakantiewoning.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat permanente bewoning van de vakantiewoning niet in strijd is met het bestemmingsplan en verklaart het hoger beroep van appellanten gegrond.