Uitspraak
200303419/1heeft de Afdeling het daartegen door appellant ingestelde hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank van 25 april 2003 en het besluit van 5 november 2002 vernietigd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Stein verleende op 2 juli 2002 een vrijstelling en bouwvergunning voor het verbouwen van een pand tot pension en woonhuis en het vestigen van een tattoo- en piercingshop. Appellant maakte bezwaar en startte een procedure die leidde tot vernietiging van eerdere besluiten en hernieuwde vergunningverlening in 2005.
Appellant voerde meerdere bezwaren aan, waaronder strijd met het bestemmingsplan, onvoldoende parkeergelegenheid, schending van privacy en brandveiligheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht vrijstelling verleende op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening en dat het bestemmingsplan niet uitsluit dat een tattoo- en piercingshop aan huis kan worden gevestigd. Verder was voldoende parkeergelegenheid aanwezig en was het privacybelang van appellant niet doorslaggevend, mede omdat vergunninghoudster bereid was tot afscherming.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot verlening van vrijstelling en bouwvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.