ECLI:NL:RVS:2007:AZ9538
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- W. van den Brink
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen schorsing bouwvergunning schuur te Apeldoorn
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn verleende op 10 december 2004 een bouwvergunning voor het plaatsen van een schuur op een perceel te Apeldoorn. Tegen deze vergunning maakten wederpartijen bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van wederpartijen gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar en schorste de bouwvergunning zonder een vervaldatum te bepalen.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter in strijd met artikel 8:72, vijfde lid, Awb, heeft gehandeld door geen vervaldatum voor de schorsing te bepalen. De schorsing vervalt daarom met de openbaarmaking van deze uitspraak. Tevens werd het beroep van wederpartijen tegen het nieuwe besluit van het college van 13 november 2006 ongegrond verklaard.
De Afdeling overwoog dat het college het advies van de welstandscommissie in voldoende mate had gemotiveerd en dat het tegenadvies van een architect niet leidde tot ondeskundigheid. Er was geen aanleiding het besluit van 13 november 2006 te vernietigen. De secretaris van de Raad van State werd gelast het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: De schorsing van de bouwvergunning vervalt met de openbaarmaking van deze uitspraak; het beroep tegen het nieuwe besluit is ongegrond.