ECLI:NL:RVS:2007:AZ9568
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid minister tot ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier beperkt tot wettelijke beperkingen
De minister weigerde ambtshalve verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd te verlenen aan twee vreemdelingen op basis van individuele klemmende humanitaire redenen. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond en vernietigde de besluiten van de minister.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de bevoegdheid van de minister om ambtshalve een verblijfsvergunning te verlenen beperkt is tot de in artikel 3.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000 genoemde beperkingen. Individuele klemmende humanitaire redenen vallen hier niet onder, noch zijn zij aangewezen bij ministeriële regeling.
Omdat de vreemdelingen bovendien geen aanvraag voor een verblijfsvergunning hadden ingediend, kon de minister niet ambtshalve op deze grond een vergunning verlenen. De rechtbank had dit miskend. Ook was het redelijk dat de minister afzag van het horen in bezwaar. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond wegens gebrek aan bevoegdheid van de minister tot ambtshalve verlening op humanitaire gronden.