ECLI:NL:RVS:2007:AZ9578
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling opschorting uitzetting ex-asielzoekers met criminele antecedenten
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de bewaring van een vreemdeling had opgeheven en schadevergoeding had toegekend.
De kern van het geschil is de uitleg van het kabinetsbesluit van 13 december 2006 en de moties-Bos en -Dijsselbloem over de zogenoemde pas op de plaats in het uitzettingsbeleid voor ex-asielzoekers. De rechtbank had geoordeeld dat vreemdelingen met criminele antecedenten niet werden uitgesloten van deze opschorting, maar de Raad van State stelt dat dit besluit juist wel een uitzondering maakt voor vreemdelingen die een gevaar voor de openbare orde vormen.
De vreemdeling in kwestie was veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden wegens een geweldsmisdrijf in 1998. De minister mocht daarom aannemen dat deze vreemdeling niet tot de groep behoorde waarvoor de uitzetting werd opgeschort. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en bevestigt dat de minister terecht vreemdeling met geweldsverleden niet onder de opschorting van uitzetting plaatst.