ECLI:NL:RVS:2007:AZ9639
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van besluit over verblijfsvergunning wegens ontvangstdatum aanvraag
De minister heeft een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de minister om een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de ontvangstdatum van de aanvraag niet voldoende was aangetoond. De minister had met een brief van de burgemeester, een stempel op het aanvraagformulier en een uitdraai uit het registratiesysteem voldoende bewijs geleverd dat de aanvraag op 3 november 2004 was ontvangen.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor een nieuwe behandeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens stelde de Raad de proceskosten vast en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling.