ECLI:NL:RVS:2007:AZ9709
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel na beschuldiging vertrouwelijke informatieverstrekking
De minister wees op 17 juni 2005 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep gegrond en oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd, mede vanwege een beschuldiging dat de Nederlandse overheid vertrouwelijke informatie uit asieldossiers aan de Congolese autoriteiten zou hebben verstrekt.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte de beschuldiging betrok bij haar beoordeling omdat deze niet relevant was volgens artikel 83 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht rekening hield met deze beschuldiging omdat deze relevant kon zijn voor de verblijfsvergunning en de nationaliteit van de vreemdeling niet was bestreden.
De minister klaagde verder dat het onderzoek naar de beschuldiging niet in de zaak van de vreemdeling was verricht en dat uit het rapport van de Commissie feitenonderzoek bleek dat geen vertrouwelijke informatie was verstrekt. De Raad van State stelde vast dat de vreemdeling onvoldoende had onderbouwd dat in haar geval vertrouwelijke informatie was verstrekt, waardoor geen grond bestond voor onderzoek en het oordeel van de rechtbank dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid werd verworpen.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de vreemdeling geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een herbeoordeling rechtvaardigden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling wordt afgewezen.