ECLI:NL:RVS:2007:BA0047
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- P.A. Offers
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning op grond van Dublinverordening en geen toepassing artikel 15 Verordening EG 343/2003
Appellanten hebben bij de minister aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die zijn afgewezen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielverzoeken op grond van de Dublinverordening (Verordening EG 343/2003).
Appellanten voerden aan dat artikel 15, eerste lid, van de Verordening toepassing zou moeten vinden omdat hun gezinsleden, die een verblijfsvergunning regulier hebben, deze vergunningen op asielgerelateerde gronden zouden hebben verkregen. De voorzieningenrechter had dit betoog niet behandeld, maar de Raad van State oordeelt dat dit niet tot vernietiging leidt.
De Raad stelt dat volgens het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000 geen gebruik wordt gemaakt van artikel 15 in Pro gevallen waarin gezinsleden een asielverzoek indienen en hereniging beogen met gezinsleden die een reguliere verblijfsvergunning hebben, ongeacht de beperkingen waaronder die vergunning is verleend.
Omdat de gezinsleden van appellanten een verblijfsvergunning regulier hebben, kan het beroep op artikel 15 niet Pro slagen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunningen bevestigd.