ECLI:NL:RVS:2007:BA0061

Raad van State

Datum uitspraak
26 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200700488/2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • P.J.J. van Buuren
  • J. Willems
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 6:15 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bouwvergunning winkelcentrum Oostflakkee

Het college van burgemeester en wethouders van Oostflakkee verleende op 30 maart 2004 een bouwvergunning en vrijstelling aan Multicriteria Bedrijfshuisvesting B.V. voor de bouw van een winkelcentrum met 14 woningen. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit, dat deels werd afgewezen. Na diverse procedures verklaarde de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep gegrond en schortte het besluit tijdelijk op.

Na een nieuw besluit van het college dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde, vernietigde de voorzieningenrechter dit besluit deels en hief de voorlopige schorsing op. Verzoekers stelden daarop een verzoek om een voorlopige voorziening bij de Raad van State, gericht op schorsing van het oorspronkelijke bouwbesluit.

De Voorzitter oordeelde dat het verzoek onvoldoende aannemelijk maakte dat de parkeerbehoefte niet adequaat was voorzien, mede gelet op een deskundigenrapport van Goudappel Coffeng. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bouwbesluit is afgewezen.

Uitspraak

200700488/2.
Datum uitspraak: 26 februari 2007
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoeker] en anderen, allen wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak in de zaken nos. 06 / 3672 en 06/4640 van de voorzieningenrechter van rechtbank Rotterdam van 4 januari 2007 in het geding tussen:
verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van Oostflakkee.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 30 maart 2004 is namens het college van burgemeester en wethouders van Oostflakkee (hierna: het college) aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Multicriteria Bedrijfshuisvesting B.V. (hierna: Multicriteria) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het bouwen van een winkelcentrum met 14 bovengelegen woningen, op een perceel dat omsloten wordt door de Dabbestraat, Oostdijk, Oost-Achterweg en de Heerendijk te Oude-Tonge (hierna: het perceel).
Bij besluit van 8 oktober 2004 heeft het college, voor zover van belang, het daartegen gemaakte bezwaar deels gegrond en voor het overige ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 15 juli 2005 heeft de rechtbank Rotterdam het daartegen door onder meer [verzoeker] ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 26 juli 2006, inzake no.
200507527/1, heeft de Afdeling het daartegen door onder meer [verzoeker] ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 juli 2005 voor zover daarbij het beroep tegen het besluit van 8 oktober 2004 ongegrond is verklaard evenals het besluit van 8 oktober 2004 vernietigd, en het besluit van 30 maart 2004 geschorst tot zes weken na verzending van de nieuw te nemen beslissing op bezwaar.
Bij besluit van 8 augustus 2006 heeft het college het bezwaar wederom ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 4 januari 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen gerichte beroep behoudens voor zover ingesteld door [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard, en voor zover ingesteld door [verzoeker] gegrond verklaard, het besluit van 8 augustus 2006 vernietigd en de door de voorzieningenrechter bij uitspraak van 11 oktober 2006 getroffen voorlopige voorziening waarbij het besluit van 30 maart 2004 is geschorst tot zes weken nadat uitspraak is gedaan in de hoofdzaak, opgeheven.
Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief bij de Raad van State ingekomen op 17 januari 2007, hoger beroep ingesteld. Verzoekers hebben de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 februari 2007, waar verzoekers, in persoon en bijgestaan door mr. R.Th.J. van 't Zelfde, advocaat te Breda, en het college van burgemeester en wethouders van Oostflakkee, vertegenwoordigd door mr. J.A.M. van der Velden, advocaat te Breda, vergezeld van C.M.C. Kranse-Bogaard ambtenaar van de gemeente en M. van Lieshout, werkzaam bij Goudappel Coffeng, zijn verschenen. Voorts is Multicriteria, als belanghebbende, vertegenwoordigd door mr. M. Gideonse, advocaat te Rotterdam, vergezeld van ir. S. Stienstra, werkzaam bij Grondmij, daar gehoord.
2.    Overwegingen
2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2.    De voorlopige voorzieningprocedure leent zich niet voor een definitieve beantwoording van de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het beroep voor zover ingesteld door [namen 4 verzoekers] niet-ontvankelijk is. Dat dient te geschieden in de bodemprocedure.
2.3.    Het verzoek strekt ertoe het besluit van 30 maart 2004 te schorsen ter voorkoming van onevenredig nadeel in afwachting van een uitspraak op het hoger beroep van verzoekers.
Aan hun verzoek hebben verzoekers ten grondslag gelegd dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat in voldoende mate kan worden voorzien in de parkeerbehoefte die het bouwplan met zich brengt. Op voorhand bestaat evenwel onvoldoende grond voor het oordeel dat de voor het bouwplan verleende vrijstelling om die reden niet in stand zal blijven. Het college heeft aan even bedoeld standpunt onder meer het rapport van Goudappel Coffeng van 16 juni 2006 ten grondslag gelegd. Blijkens dat rapport leidt het bouwplan tot een toename van de parkeerbehoefte met 108 parkeerplaatsen. Vaststaat dat het bouwplan voorziet in onder meer de bouw van een parkeerdek met 68 parkeerplaatsen. Niet is betwist dat aan de Arendstraat 14 parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd. Naar voorlopig oordeel is het college voorts terecht uitgegaan van een restcapaciteit van tenminste 28 parkeerplaatsen binnen een straal van 100 m van het perceel. Verzoekers hebben de Voorzitter er niet van kunnen overtuigen dat in genoemd rapport van Goudappel Coffeng is uitgegaan van een onjuist uitgangspunt door voor de berekening van de restcapaciteit in de toekomstige situatie uit te gaan van de vrijdagavond als drukste en maatgevend moment.
2.4.    Gelet op het voorgaande en in aanmerking genomen de betrokken belangen bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2.5.    Bij brief van 25 januari 2007 hebben verzoekers de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van 30 maart 2004 te schorsen. De voorzieningenrechter heeft dat verzoek op de voet van artikel 6:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht doorgezonden aan de Voorzitter. Dat verzoek is eveneens toegespitst op de parkeersituatie. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kan daarin evenmin aanleiding worden gevonden voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2.6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst de verzoeken af.
Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Buuren                           w.g. Willems
Voorzitter                                ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2007
412