ECLI:NL:RVS:2007:BA0063
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.A.A.M. Boot
- Rechtspraak.nl
Weigering bouwvergunning vergroting dakkapel wegens strijd met welstandseisen
Appellante had een bouwvergunning aangevraagd voor het vergroten van een dakkapel op het voordakvlak van haar kantoor aan een locatie te Voorburg. Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg weigerde deze vergunning op grond van strijd met redelijke eisen van welstand, zoals vastgelegd in artikel 44 van Pro de Woningwet. De welstandscommissie had het bouwplan getoetst aan de Welstandsnota Leidschendam-Voorburg en concludeerde dat de dakkapel te breed was en de gevelcompositie zou verstoren.
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar ongegrond. De rechtbank 's-Gravenhage oordeelde vervolgens dat het college terecht de vergunning had geweigerd en vernietigde het besluit op bezwaar, waarbij de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het welstandsadvies inhoudelijk en procedureel geen gebreken vertoonde die het college zouden hebben moeten weerhouden van weigering. De Afdeling stelde vast dat het college het belang van handhaving van welstandseisen zwaarder mocht laten wegen dan het belang van appellante bij vergroting van de dakkapel. Er waren bovendien alternatieve mogelijkheden voor meer werkruimte. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning bevestigd.