Uitspraak
200507479/1heeft de Afdeling dit besluit vernietigd.
Raad van State
Bij besluit van 12 juli 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders aan vergunninghoudster een milieuvergunning voor het oprichten en exploiteren van een pluimveehouderij en akker- en tuinbouwbedrijf. Na vernietiging van dit besluit door de Afdeling bestuursrechtspraak op 8 maart 2006 werd een nieuwe vergunning verleend op 4 juli 2006. Appellanten, waaronder Simicur International B.V., stelden beroep in tegen deze vergunning.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor zover het betrekking had op stikstofoxiden, andere stikstofverbindingen en PM10-emissies, omdat appellanten hierover geen bedenkingen tegen het ontwerpbesluit hadden ingebracht. Voor het overige werd het beroep ongegrond verklaard. De Afdeling overwoog dat de Wet milieubeheer en de IPPC-richtlijn adequaat waren toegepast, dat de milieugevolgen in onderlinge samenhang waren beoordeeld en dat de vergunning voorschriften bevatte om nadelige milieugevolgen te voorkomen of te beperken.
Verder werd geoordeeld dat het geluidscherm financieel en visueel niet als een aanvaardbaar alternatief kon worden beschouwd en dat de ontheffing voor het laden en afvoeren van vleeskuikens gedurende de avond- en nachtperiode noodzakelijk was. De Afdeling zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard.