Uitspraak
200103657/1(AB 2003, 415) terecht overwogen dat de vraag of het perceel in de bebouwde kom is gelegen een vraag van feitelijke aard is en niet de plaats van het verkeersbord dat de bebouwde kom aangeeft bepalend is, doch de aard van de omgeving. Van belang is waar de bebouwing feitelijk (nagenoeg) ophoudt. Aan hetgeen in het door het gemeentebestuur opgestelde beleid betreffende de randvoorwaarden bij plaatsing van zend- en antenne-installaties en het bestemmingsplan "Buitengebied 1996" is vermeld, kan hier dan ook geen betekenis worden toegekend.
200501081/1treft geen doel. Anders dan het perceel dat in die zaak aan de orde was, is het bouwplan niet (nagenoeg) tegen de dorpskern aan gelegen en ook niet aan een weg met aan weerszijden woonbebouwing voorzien.