ECLI:NL:RVS:2007:BA0660
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- W. van den Brink
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging proceskostenveroordeling bij intrekking besluit bouwvergunning manege
Het college van burgemeester en wethouders van Leerdam verleende op 22 juni 2004 een bouwvergunning voor een manege en woning op een perceel te Leerdam. Wederpartijen maakten bezwaar tegen dit besluit, dat het college op 23 november 2004 ongegrond verklaarde. Later trok het college dit besluit op 24 januari 2005 in, omdat het besluit op bezwaar onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een voorbereidingsbesluit.
Wederpartijen hadden tegen het besluit op bezwaar beroep ingesteld en proceskosten gemaakt. De rechtbank Dordrecht veroordeelde het college tot vergoeding van deze kosten. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat geen sprake was van tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb en dat matiging van de proceskostenvergoeding op zijn plaats was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de intrekking van het besluit op bezwaar wel degelijk neerkomt op tegemoetkoming aan wederpartijen, waardoor de proceskostenveroordeling terecht is. Ook vond de Afdeling geen reden tot matiging van de vergoeding, aangezien de kosten betrekking hadden op deze procedure en niet op een gelijktijdig behandeld ander geding.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college werd veroordeeld tot betaling van €666,03 aan proceskosten, waarvan €644,00 voor professionele rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan wederpartijen.