ECLI:NL:RVS:2007:BA0686
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenrechtelijke zaak over actualisering medisch advies bij verblijfsvergunning
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om de afwijzing van aanvragen voor verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd door de minister van Vreemdelingenzaken en Integratie. De vreemdelingen hadden bezwaar gemaakt tegen deze besluiten, waarna de rechtbank hun beroepen gegrond verklaarde en de besluiten vernietigde. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
Centraal stond de vraag of voorafgaand aan de besluiten op bezwaar een nadere actualisering van het Bureau Medische Advisering (BMA)-advies noodzakelijk was, aangezien het advies van 29 augustus 2003 meer dan een jaar oud was. De Raad van State oordeelde dat het BMA-advies op objectieve en onpartijdige wijze was opgesteld en dat de minister in beginsel van dit advies mocht uitgaan, tenzij er concrete aanwijzingen waren voor twijfel.
Omdat de vreemdeling sub 1 geen mededelingen had gedaan over een voorgenomen uitreis en de brief van het BMA van 27 september 2005 slechts een reactie was op rapportages die door de rechtbank terecht buiten beschouwing waren gelaten, was er geen grond voor een nadere actualisering. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard en de besluiten van de minister bevestigd.