ECLI:NL:RVS:2007:BA1152
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning en juiste goothoogtemeting volgens bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk verleende op 21 december 2004 een bouwvergunning voor het oprichten van een woonhuis aan een locatie te Noordwijk. Appellant maakte bezwaar tegen de vergunning vanwege de wijze van vaststelling van de goothoogte en de dakconstructie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het bestemmingsplan voorschrijft dat de goothoogte wordt gemeten vanaf het terrein ter plaatse van de hoofdtoegang van het gebouw. De rechtbank en het college hebben dit peil correct vastgesteld, waarbij het niveau van de trap naar de hoofdtoegang is aangehouden, en niet het lager gelegen terrein of ramen. Ook is geoordeeld dat het bestemmingsplan geen beperkingen bevat ten aanzien van kapconstructies, en dat het positieve advies van de welstandscommissie hiervoor voldoende is.
Verder is overwogen dat het college verplicht was de vergunning te verlenen en dat belangen zoals vermindering van zonlicht, uitzicht en hinder niet meegewogen konden worden. Nieuwe bezwaren over dakranden die appellant ter zitting aanvoerde, worden niet in behandeling genomen vanwege procesorde.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.