Uitspraak
200204854/1maakt de omstandigheid dat een overschrijding slechts 1 dB(A) bedraagt niet dat geen sprake is van een overschrijding van de geluidgrenswaarden nu eventuele afrondingen en onnauwkeurigheden er tevens toe kunnen leiden dat de feitelijke overschrijding meer is dan 1 dB(A). Nu in het onderhavige geval sprake is van een gemeten overschrijding van 4 en 2 dB(A), heeft verweerder, gelet op voornoemde uitspraak, terecht gesteld dat, indien gebruik wordt gemaakt van het binnenterras, niet aan voorschrift 1.1.1 van de bijlage bij het Besluit kan worden voldaan. In het door appellante overgelegde akoestisch rapport van Peutz B.V. van 26 januari 2006 wordt geconcludeerd dat na het treffen van akoestische en organisatorische maatregelen binnen de inrichting een geluidreductie van 2 à 3 dB(A) kan worden bereikt. Daargelaten dat deze maatregelen ten tijde van het nemen van het bestreden besluit nog niet waren getroffen, staat geenszins vast dat deze toereikend zijn om de gemeten overschrijding van 4 en 2 dB(A), de genoemde consequenties van afrondingen en onnauwkeurigheden in aanmerking genomen, ongedaan te maken. De Afdeling is derhalve van oordeel dat verweerder de nadere eis ten aanzien van de inrichting in redelijkheid heeft kunnen handhaven. De omstandigheid dat verweerder blijkens het ontwerp-besluit aanvankelijk voornemens was het verzoek van appellante toe te wijzen noch de omstandigheid dat verweerder niet binnen de gestelde termijn op het verzoek van appellante heeft beslist, doen hier aan af.