Uitspraak
200600002/1(AB 2007, 61) overweegt de Afdeling dat gronden waarop ingevolge de planvoorschriften gebouwen niet zijn toegelaten, niet zijn aan te merken als aansluitend terrein in de zin van artikel 20, eerste lid, aanhef en onder a, sub 3, Bro 1985. Ingevolge artikel 8, lid A, van de planvoorschriften mogen gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Dit bouwvlak moet daarom als het aansluitend terrein in de zin van artikel 20, eerste lid, aanhef en onder a, sub 3, van het Bro worden aangemerkt. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat het gehele perceelsgedeelte dat nog onbebouwd is als zodanig moet worden beschouwd. De Afdeling voegt hier volledigheidshalve aan toe dat het nog onbebouwde perceelsgedeelte groter is dan het bouwvlak.