ECLI:NL:RVS:2007:BA1201
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-tijdige aanvraag verblijfsvergunning en toepassing artikel 8 EVRM bij gezinshereniging
De minister heeft een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank had dit besluit vernietigd, maar de Raad van State stelt dat de vreemdeling haar psychische problemen pas in hoger beroep heeft aangevoerd, waardoor de minister hier geen rekening mee kon houden.
Verder wordt bevestigd dat de niet-tijdig ingediende aanvraag gelijkgesteld wordt aan een nieuwe aanvraag, waarbij het mvv-vereiste geldt. De Raad van State volgt eerdere jurisprudentie dat de beoordeling van artikel 8 EVRM Pro bij gezinshereniging eerst bij de aanvraag om een mvv moet plaatsvinden.
Het besluit van de minister strekt niet tot definitieve ontzegging van gezinsleven, maar tot handhaving van wettelijke eisen. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.