ECLI:NL:RVS:2007:BA1226
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid staandehouding bij vermoeden illegaal verblijf
Op 3 februari 2007 hielden verbalisanten in Amsterdam twee personen staande die een joint rookten en geen geldige identiteitsbewijzen konden tonen. De personen verklaarden illegaal in Nederland te verblijven. De staandehouding vond plaats in het kader van algemene politietaken, niet op grond van bevoegdheden uit de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, oordeelde dat de staandehouding onrechtmatig was en kende schadevergoeding toe. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het niet aan de vreemdelingenrechter is om te oordelen over de aanwending van algemene politietaken en dat de verbalisanten op grond van objectieve maatstaven een redelijk vermoeden van illegaal verblijf hadden. Hierdoor was de staandehouding rechtmatig. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de staandehouding is rechtmatig bevonden.