ECLI:NL:RVS:2007:BA1652
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Hoekstra
- R.H. Lauwaars
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor gedeeltelijke ontgronding en aanleg landgoed niet onrechtmatig verleend
Bij besluit van 25 april 2006 verleende het college van gedeputeerde staten van Groningen een vergunning voor gedeeltelijke ontgronding van percelen in de gemeente Slochteren ten behoeve van de aanleg van een landgoed met bossen, waterpartijen, een heuvel en villa's. Appellanten stelden dat de vergunning onrechtmatig was verleend omdat de bestemming van de percelen niet was gewijzigd, de belangen van agrariërs onvoldoende waren meegewogen en dat de ontgronding negatieve gevolgen zou hebben.
De Raad van State oordeelde dat het overgangsrecht van toepassing was en dat de vergunning binnen de wettelijke kaders was verleend. De bezwaren over de bestemmingswijziging betroffen het gebruik na ontgronding en vielen buiten de beoordeling van de ontgrondingsvergunning. De belangenafweging door verweerder was integraal en zorgvuldig, waarbij onder meer rekening werd gehouden met de afstand van het bos tot landbouwpercelen en de waterhuishouding.
De Raad concludeerde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat de vergunning onrechtmatig was. Er was geen aanleiding om de vergunning te weigeren of het besluit te vernietigen. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunning voor ontgronding en aanleg landgoed zijn ongegrond verklaard.