Uitspraak
200405056/1verschaft het overgangsrecht voor het bouwwerk geen bouwvergunning vervangende titel en wordt het bouwwerk daardoor evenmin anderszins gelegaliseerd. De rechtbank is terecht tot hetzelfde oordeel gekomen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede heeft appellant bij besluit van 27 augustus 2004 onder bestuursdwang gelast de bewoning van een perceel te staken en de schuur in overeenstemming te brengen met de bouwvergunning van november 1980. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank Almelo verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college niet bevoegd was tot handhaving omdat de verbouwing onder het overgangsrecht viel en dat hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op niet-handhavend optreden. De Raad van State oordeelde dat het overgangsrecht geen bouwvergunning vervangende titel verschaft en dat het faxbericht waarop appellant zich beroept geen gerechtvaardigd vertrouwen oplevert. Ook was het college pas in 2000 op de hoogte van de illegale verbouwing, zodat geen sprake was van rechtszekerheid die handhaving in de weg stond.
De Raad van State bevestigde dat handhavend optreden niet onevenredig is en dat het college bevoegd was tot het opleggen van bestuursdwang. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.