ECLI:NL:RVS:2007:BA1675
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- H.P.J.A.M. Hennekens
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen goedkeuring wijzigingsplan windturbines Noord-Beveland
Het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland stelde op 8 november 2005 het wijzigingsplan vast voor de oprichting van vijf windturbines met een gezamenlijk vermogen van 14,9 megawatt. Verweerder keurde dit wijzigingsplan goed op 6 december 2005. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat ten onrechte geen milieueffectrapportage-beoordeling (m.e.r.) was uitgevoerd, mede gelet op cumulatieve milieueffecten en het tracébesluit voor de provinciale weg N57.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bestemmingsplan 'Eerste herziening bestemmingsplan Landelijk gebied' het eerste ruimtelijke plan was dat de oprichting van windturbines mogelijk maakte en dat bij de vaststelling daarvan geen m.e.r.-beoordeling had plaatsgevonden. Echter, het college had op 8 maart 2005 een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd voor een windmolenpark met zeven turbines en een vermogen van 21 megawatt, en geconcludeerd dat geen milieu-effectrapport nodig was.
De Afdeling oordeelde dat deze m.e.r.-beoordeling ook van toepassing was op het wijzigingsplan met vijf turbines en dat appellant onvoldoende concrete argumenten had aangevoerd om de beoordeling als ontoereikend te bestempelen. Gezien deze omstandigheden was het besluit tot goedkeuring van het wijzigingsplan niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening of het recht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de goedkeuring van het wijzigingsplan voor vijf windturbines is ongegrond verklaard.