ECLI:NL:RVS:2007:BA1676
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- W. Konijnenbelt
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens illegale exploitatie seksinrichting in woning
Appellante exploiteerde zonder vergunning een seksinrichting in een gedeelte van haar woning te Moerdijk. De burgemeester legde haar daarom op 30 mei 2006 een last onder dwangsom op om de exploitatie te beëindigen. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, maar zowel de burgemeester als de voorzieningenrechter verklaarden haar bezwaren ongegrond.
In hoger beroep bij de Raad van State voerde appellante onder meer aan dat de exploitatie niet bedrijfsmatig was en dat vergelijkbare bepalingen in andere gemeenten onverbindend waren verklaard. De Raad oordeelde echter dat appellante door haar actieve klantenwerving, inschrijving bij de Kamer van Koophandel en fiscale aangifte wel degelijk een bedrijfsmatige exploitatie voerde. De overtreding van artikel 3.2.1 van de APV was daarmee vastgesteld.
De Raad overwoog dat handhaving in beginsel verplicht is bij overtreding van een wettelijk voorschrift, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Appellante stelde dat zij geen overlast veroorzaakte en dat beëindiging tot financiële problemen zou leiden, maar deze omstandigheden waren onvoldoende om af te zien van handhaving. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezegging was gedaan dat niet zou worden opgetreden.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit van de burgemeester en verklaart het hoger beroep ongegrond.