Uitspraak
200305403/1(JM 2005, nr. 19) heeft betrekking op een niet met deze zaak vergelijkbare situatie. De rechtbank heeft het beroep dus terecht ongegrond verklaard.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen wijzigde de Staat van bestaande prostitutie-inrichtingen, waarin het pand aan de hoek van de Hoekstraat en de Vierde Drift werd opgenomen met een maximum van twee vitrines en twee werkruimten, uitsluitend aan de zijde van de Hoekstraat.
Appellant, eigenaar en verhuurder van het pand, stelde dat ten onrechte geen vitrines en toegangsdeur aan de Vierde Drift waren toegestaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de Staat de eerdere regeling verving en dat appellant destijds geen rechtsmiddelen had aangewend tegen de eerdere Staat.
De Raad van State overwoog dat vitrines en een toegangsdeur aan de Vierde Drift alleen mogelijk zijn indien deze straat als concentratiestraat wordt aangewezen in het Aanwijzingsbesluit, of indien de Staat wordt gewijzigd. Omdat dit niet het geval was en het beroep niet tegen het Aanwijzingsbesluit was gericht, kon het beroep niet slagen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.