Uitspraak
200402061/1, AB 2005, 121) in het kader van de vergelijking van de planologische regimes geen betekenis toe. De mate van concreetheid van deze bevoegdheid is dan ook niet van belang.
Raad van State
Appellanten, eigenaren van onroerende zaken te 's-Hertogenbosch, verzochten vergoeding van planschade veroorzaakt door het bestemmingsplan "Antoniegaarde" en een vrijstellingsbesluit. De gemeenteraad wees deze verzoeken aanvankelijk af, waarna de rechtbank de beroepen van appellanten ongegrond verklaarde.
In hoger beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak vast dat de rechtbank en gemeenteraad ten onrechte geen rekening hielden met de mogelijkheid van een vrijstelling die tot een planologische verslechtering leidt. De Afdeling oordeelde dat de planologische verslechtering door verschuiving van bestemmings- en bouwgrenzen onvoldoende was meegewogen.
Verder werd geoordeeld dat de parkeergarage geen verslechtering oplevert vanwege de ligging en dat nieuwe betogen over detailhandel buiten beschouwing blijven wegens te late indiening. De Afdeling vernietigde het besluit van 5 juli 2005 en de uitspraak van de rechtbank, en beval een nieuw besluit op bezwaar met inachtneming van haar overwegingen.
De gemeenteraad werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit van de gemeenteraad over de vergoeding van planschade wordt vernietigd en een nieuw besluit wordt bevolen.