ECLI:NL:RVS:2007:BA1699
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- C.J.M. Schuyt
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen bouwvergunning wegens termijnoverschrijding
Het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout verleende op 31 augustus 2004 een vrijstelling en bouwvergunning voor het vernieuwen van een recreatiewoning op een perceel. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar deed dit pas na de wettelijke termijn van zes weken. Het college verklaarde het bezwaar gegrond en weigerde alsnog de vergunning.
De rechtbank Breda vernietigde deze beslissing en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Appellant stelde dat hij redelijkerwijs niet in verzuim was omdat hij niet tijdig geïnformeerd was over de vergunningverlening en het huis-aan-huisblad niet altijd werd bezorgd.
De Raad van State oordeelde dat appellant wel op de hoogte had kunnen zijn van het besluit, mede doordat het college hem had geïnformeerd over de terinzagelegging en het voornemen tot vergunningverlening. Ook waren er zichtbare bouwwerkzaamheden die hem op de hoogte hadden kunnen brengen. De termijnoverschrijding was derhalve niet verschoonbaar.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.