Uitspraak
200501613/1overwogen dat het college met de aanwijzing van het gebied waarvan het bouwplan onderdeel uitmaakt tot beschermd stadsgezicht geen rekening behoefde te houden. Op het moment dat vergunninghoudster haar bouwaanvraag indiende - op 23 december 2002 - was het gebied nog niet aangewezen als beschermd stadsgezicht. Eerst op 27 mei 2005, derhalve na de beslissing op bezwaar, is het gebied op grond van artikel 35 van Pro de Monumentenwet aangewezen als beschermd stadsgezicht. Onder deze omstandigheden was het college niet verplicht om zijn beslissing op de bouwaanvraag ingevolge het bepaalde in artikel 51, eerste lid, van de Woningwet aan te houden. Derhalve bestond er ook geen grond om de Rijksdienst voor de Monumentenzorg te horen.