ECLI:NL:RVS:2007:BA2610
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J.H. van der Winden
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerd besluit over verblijfsvergunning in schrijnend geval uitgeprocedeerde asielzoekers
De zaak betreft een hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het besluit van 16 januari 2006 vernietigde. De vreemdelingen hadden zich als schrijnend geval aangemeld voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De minister had dit bezwaar ongegrond verklaard zonder het begrip 'schrijnend' nader te motiveren of te vergelijken met andere zaken.
De rechtbank oordeelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, omdat het niet was onderbouwd met algemene maatstaven of vergelijkingen met andere gevallen. De minister stelde dat asielgerelateerde gronden niet relevant waren in deze procedure, maar dit verweer werd door de Raad van State verworpen.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten. Het oordeel benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij het gebruik van discretionaire bevoegdheden in schrijnende gevallen.
Uitkomst: Het besluit van de minister is onvoldoende gemotiveerd en wordt vernietigd, hoger beroep wordt afgewezen.