ECLI:NL:RVS:2007:BA2724
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake weigering verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van openbaar orde beleid vóór 2001
Appellant heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend vóór 4 januari 2001. De Staatssecretaris van Justitie heeft deze aanvraag geweigerd en de minister heeft het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte het besluit niet had getoetst aan het beleid dat gold vóór 4 januari 2001, zoals vermeld in het Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire 1996/1. Volgens appellant had de minister een verdergaande belangenafweging moeten maken en de omstandigheden van appellant volledig moeten betrekken bij de toetsing aan artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het oude beleid inderdaad van toepassing is op aanvragen vóór 4 januari 2001 en dat het aanvaarden van een transactieaanbod ter zake van een misdrijf een grond is om de vergunning te weigeren. Er bestaat echter geen grond voor een belangenafweging die verder gaat dan artikel 4:84 Awb Pro voorschrijft. Het hoger beroep is daarom kennelijk ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.