ECLI:NL:RVS:2007:BA3000
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep tegen uitspraak vreemdelingenbewaring
Appellant was in vreemdelingenbewaring gesteld bij besluit van 24 november 2006. Tegen de voortzetting van deze bewaring heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank 's Gravenhage. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af in haar uitspraak van 20 maart 2007.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, hoewel volgens de Vreemdelingenwet 2000 geen hoger beroep openstaat tegen deze uitspraak. Hij voerde aan dat de uitspraak niet in het openbaar zou zijn uitgesproken en dat de termijn voor hoger beroep daardoor was overschreden.
De Afdeling oordeelde dat de uitspraak wel degelijk in het openbaar was uitgesproken op 20 maart 2007 en dat de termijn niet was overschreden. Gelet op artikel 84 en Pro 95 van de Vreemdelingenwet 2000 is de Afdeling kennelijk onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling verklaarde zich daarmee onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en sprak dit uit in het openbaar op 6 april 2007.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de uitspraak over vreemdelingenbewaring.