ECLI:NL:RVS:2007:BA3208
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding reiskosten in piketzaak zonder verleende rechtsbijstand
De appellant verzocht de Raad voor Rechtsbijstand om vergoeding van reiskosten in verband met een piketzaak. De Raad wees dit verzoek af omdat appellant geen rechtsbijstand had verleend in de betreffende zaak. Dit besluit werd door de rechtbank bevestigd, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat op grond van de Wet op de rechtsbijstand en het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 alleen recht bestaat op vergoeding in piketzaken indien daadwerkelijk rechtsbijstand is verleend. De vergoeding omvat weliswaar ook reistijd en reiskosten, maar dit kan niet los worden gezien van het verlenen van rechtsbijstand zelf.
Het betoog van appellant dat ook vergoeding kan worden toegekend indien hij zich met het oog op rechtsbijstand naar het politiebureau begaf, maar de verdachte inmiddels was vrijgelaten, werd verworpen. De Raad bevestigde dat noch de wet noch het besluit steun bieden voor vergoeding zonder verleende rechtsbijstand.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding bevestigd.