ECLI:NL:RVS:2007:BA3412
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van taalanalyse en ambtsbericht
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister werd afgewezen op basis van een taalanalyse die haar afkomst uit Kirkuk niet aannemelijk achtte. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, omdat zij vond dat het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken het rapport taalanalyse tegensprak.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat de rechtbank niet had onderkend dat een taalanalist niet alleen talen van elkaar onderscheidt, maar ook op basis van grammatica, woordkeuze en uitspraak de herkomst kan bepalen. De taalanalist had de vreemdeling eenduidig niet in Kirkuk, maar wel in Sulaymaniya geplaatst, mede omdat zij geen basiskennis van het Turkmeens had, wat in Kirkuk gangbaar is.
De Raad van State oordeelde dat het ambtsbericht niet in tegenspraak was met het rapport en dat de minister daarom terecht van de taalanalyse mocht uitgaan. De vreemdeling had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de taalanalist niet deskundig was en had geen contra-expertise overgelegd. Ook was er geen verplichting voor de minister om een tweede taalanalyse te laten verrichten.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond.