ECLI:NL:RVS:2007:BA3696
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- A.M.L. Hanrath
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bouwvergunning woningen Nieuw-Lekkerland
Het college van burgemeester en wethouders van Nieuw-Lekkerland verleende op 25 mei 2005 een vrijstelling en bouwvergunning voor de bouw van negen woningen op een perceel in Nieuw-Lekkerland. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat gedeeltelijk werd gehonoreerd maar het besluit bleef in stand. De rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep van verzoekster gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Verzoekster stelde een voorlopige voorziening in bij de Raad van State om de bouwvergunning te schorsen. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op 5 april 2007, waarbij partijen werden gehoord. De Voorzitter oordeelde dat de rechtbank de ruimtelijke onderbouwing van het bouwplan terecht toereikend had geacht en dat het college mocht afgaan op het milieudienstrapport dat de cumulatieve geluidsbelasting niet belemmerde.
De door verzoekster ingebrachte notitie van ingenieursbureau DGMR leidde niet tot een ander oordeel, mede omdat deze geen eigen onderzoek bevatte en een afwijkend standpunt innam zonder duidelijke aanleiding. Gezien de belangen van vergunninghoudster en het feit dat woningen al deels verkocht waren en bouw al was gestart, vond de Voorzitter het verzoek tot voorlopige voorziening niet gerechtvaardigd.
Het verzoek werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 17 april 2007 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor negen woningen wordt afgewezen.