Uitspraak
200500668/1(Gst. 2005, 150) aan dat de inhoud van het eveneens van het gebouw deel uitmakende kantoor moet worden meegeteld bij de inhoud van de woning, waardoor de maximale inhoudsmaat van 750 m³ wordt overschreden.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Schijndel weigerde op 24 mei 2005 een bouwvergunning voor het oprichten van een woning met bedrijfsruimte op een agrarisch bouwblok. De aanvraag werd afgewezen omdat het bouwplan de maximale bebouwingshoogte van 8 meter met 50 centimeter overschreed en het college geen vrijstelling verleende. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 2 tegen deze weigering ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant sub 2 dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het college de vrijstelling voor de overschrijding van de bouwhoogte terecht had geweigerd. De Raad van State oordeelde dat het college de beleidsnotitie 'Bebouwingsregeling Wonen' ten onrechte onverkort toepaste op de specifieke vrijstellingsmogelijkheid in het bestemmingsplan. De motivering van het college ontbeerde daardoor deugdelijkheid en was in strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad van State vernietigde het besluit van het college en het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant sub 2 gegrond. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant sub 2. De zaak werd verwezen naar het college voor een nieuwe beslissing op bezwaar met een juiste motivering.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de bouwvergunning wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.