Uitspraak
200508856/1en van 14 december 2005 in zaak no.
200502035/1 en 200502104/1, kan en moet een sloopvergunning alleen dan worden geweigerd, indien zich één van de in de bouwverordening genoemde weigeringsgronden voordoet.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn verleende op 6 juni 2005 een sloopvergunning aan stichting de Woonmensen voor het slopen van een verzorgingshuis, woningen en bijbehorende voorzieningen op specifieke percelen te Apeldoorn. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het ontbreken van een sloopveiligheidsplan, de onttrekking van woningen aan de woningvoorraad en de onduidelijkheid over nieuwbouwplannen reden waren om de vergunning te weigeren. Tevens voerde appellant aan dat de identiteit van het bedrijf dat het asbest zou verwijderen onbekend was.
De Raad van State oordeelde dat een sloopvergunning alleen geweigerd kan worden indien een van de in de bouwverordening genoemde weigeringsgronden zich voordoet. De Afdeling stelde vast dat er geen sprake was van een risicovol sloopproject, omdat er geen belendende bebouwing aanwezig was. De voorwaarden in de vergunning, waaronder het indienen van een sloopwerkplan en het tijdig bekendmaken van het gecertificeerde asbestverwijderingsbedrijf, waarborgden voldoende de veiligheid tijdens het slopen.
De Raad van State bevestigde dat het college de vergunning terecht had verleend en dat de omstandigheden omtrent woningonttrekking en onduidelijkheid over nieuwbouwplannen geen grond voor weigering vormen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de sloopvergunning is bevestigd.