ECLI:NL:RVS:2007:BA3786
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.A.A.M. Boot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit verwijderen recreatiewoning en verhardingen te Terschelling
Het college van burgemeester en wethouders van Terschelling legde appellant een dwangsom op om een recreatiewoning, verhardingen, hekken en coniferen op zijn perceel te verwijderen omdat deze zonder vereiste vergunning waren aangebracht. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat sprake was van onderhoud en dat het overgangsrecht van toepassing was.
De Raad van State oordeelde dat de werkzaamheden aan de recreatiewoning niet als gewoon onderhoud konden worden aangemerkt, maar als volledige vernieuwing. Hierdoor was sprake van strijd met artikel 40 van Pro de Woningwet, waardoor het college bevoegd was handhavend op te treden. Er was geen concreet uitzicht op legalisatie en het handhavend optreden was niet onevenredig gezien het algemeen belang.
De Raad van State verwierp het verweer van appellant dat de oppervlakteverhardingen onderhoud betroffen omdat dit te laat was ingebracht en in strijd met de goede procesorde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.