ECLI:NL:RVS:2007:BA4283
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit COA over beëindiging verstrekkingen op grond van verblijfsvergunning
Appellante verzocht het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) om verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (Rvb). Het COA wees dit verzoek bij besluit van 10 maart 2006 af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij gedurende de gehele maand december 2005 recht had op verstrekkingen, omdat de beslissing op haar verblijfsvergunning pas op 16 januari 2006 was genomen. De Raad van State overwoog dat het COA rekening moest houden met alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder de mededeling van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) dat aan appellante met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning was toegekend vanaf 8 december 2005 tot 15 december 2005.
De Raad van State oordeelde dat het COA op basis van deze informatie terecht heeft geconcludeerd dat appellante vanaf 8 december 2005 geen aanspraak meer kon maken op verstrekkingen volgens de Rvb. De grief van appellante faalde en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.