ECLI:NL:RVS:2007:BA4289
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verstrekking leefgelden aan meerderjarige ex-ama's zonder bijzondere omstandigheden
Appellante, een meerderjarige ex-ama, maakte bezwaar tegen het besluit van de minister van Justitie om haar leefgelden te beëindigen op grond van beleidsregels die verstrekking beëindigen na een onherroepelijke negatieve asielbeslissing. De voorzieningenrechter had het bezwaar ongegrond verklaard maar het beroep deels gegrond, waarbij de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven.
In hoger beroep klaagde appellante dat de beleidsregels kennelijk onredelijk zijn en dat sprake is van bijzondere omstandigheden die afwijking van het beleid rechtvaardigen. De Raad overwoog dat de beleidsregels niet kennelijk onredelijk zijn en dat alleen in zeer uitzonderlijke gevallen, zoals een acute medische noodsituatie, kan worden afgeweken. Appellante had geen bijzondere omstandigheden voldoende onderbouwd.
Daarnaast werd geoordeeld dat de procedure correct was doorlopen, dat de beëindiging niet in strijd is met artikelen 10, 11 en 12 van het IVESCR omdat deze niet rechtstreeks toepasbaar zijn, en dat het beroep op het discriminatieverbod onvoldoende feitelijk onderbouwd was. De Raad bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de beëindiging van de leefgelden blijft in stand.