ECLI:NL:RVS:2007:BA4353
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen geen-besluit minister vreemdelingenzaken
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage inzake een bezwaarprocedure tegen een brief van de minister van Vreemdelingenzaken en Integratie, waarin werd meegedeeld dat niet inhoudelijk op een verzoek van een vreemdeling kon worden ingegaan wegens ontbrekende toestemming voor gegevensverstrekking.
De rechtbank had het bezwaar tegen dit niet-besluit ontvankelijk verklaard en het besluit vernietigd, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde echter dat de brief waarop het bezwaar was gericht geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormde, omdat de brief van 17 juli 2003 geen aanvraag was en de indieners geen belanghebbenden waren.
De Raad van State oordeelde dat de brief van 17 juli 2003 niet was ingediend door een gemachtigde en dat noch de indiener noch Vluchtelingenwerk als belanghebbende kon worden aangemerkt. Daardoor was de brief geen aanvraag en de reactie van de minister geen besluit. Het bezwaar was daarom niet-ontvankelijk. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 20 april 2007.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard omdat de brief van de minister geen besluit is en het bezwaar niet-ontvankelijk is.