ECLI:NL:RVS:2007:BA4505
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep tegen oordeel ontvankelijkheid beroep voortzetting vreemdelingenbewaring
Appellante is bij besluit van 27 september 2006 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen de voortzetting van deze bewaring stelde zij beroep in bij de rechtbank 's Gravenhage, die dit beroep op 4 januari 2007 niet-ontvankelijk verklaarde. Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de uitspraak van de rechtbank een uitspraak is als bedoeld in artikel 96 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waartegen op grond van artikel 84, aanhef en onder a, gelezen in samenhang met artikel 95, eerste lid, van die wet geen hoger beroep openstaat. Appellante voerde aan dat dit niet van toepassing zou zijn omdat de uitspraak geen oordeel bevatte over een besluit of handeling als bedoeld in artikel 84, maar dit werd door de Afdeling verworpen.
Verder stelde appellante dat de Afdeling toch kennis moest nemen van het hoger beroep wegens een ernstige schending van de eisen van goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen. De Afdeling vond echter dat de aangevoerde gronden onvoldoende waren om hiervan uit te gaan.
Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank over de ontvankelijkheid van het beroep tegen voortzetting van de vreemdelingenbewaring. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de uitspraak over de ontvankelijkheid van het beroep tegen voortzetting van vreemdelingenbewaring.