ECLI:NL:RVS:2007:BA4660
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid binnentreden en controle in vreemdelingenbewaring
Appellant werd op 2 maart 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde hij beroep in bij de rechtbank 's Gravenhage, die op 26 maart 2007 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding.
De kern van het geschil betrof de rechtmatigheid van het binnentreden en doorzoeken van een kamer boven de keuken van een bedrijfspand tijdens een werkplekcontrole in het kader van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Appellant stelde dat deze kamer zijn huiselijk leven betrof en dat de politie onrechtmatig had gehandeld door zonder toestemming binnen te treden.
De Raad van State overwoog dat de verbalisanten als politieambtenaren handelden ter uitvoering van hun politietaak en toezicht hielden op naleving van de Wav. De rechtmatigheid van dergelijke feitelijke handelingen, die geen besluiten zijn, valt niet onder de beoordeling van de vreemdelingenrechter. Pas indien een bevoegde rechter onrechtmatigheid vaststelt, kan de vreemdelingenrechter de gevolgen daarvan beoordelen.
Omdat in deze zaak geen dergelijke vaststelling was gedaan, was het oordeel van de rechtbank over de rechtmatigheid van het binnentreden onjuist. De grieven van appellant konden daarom niet slagen. Het verzoek om schadevergoeding werd om die reden afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en verzoek om schadevergoeding afgewezen.