ECLI:NL:RVS:2007:BA4702

Raad van State

Datum uitspraak
4 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200702284/2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning gemeentehuis Sint-Michielsgestel

Het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel verleende op 8 november 2005 een vrijstelling en bouwvergunning voor de nieuwbouw van het gemeentehuis op het terrein van Viataal nabij de Theerestraat en de Dommel. Verzoekers, twee verenigingen voor natuur- en milieubehoud en burgerbelang, maakten bezwaar tegen deze besluiten, die door het college ongegrond werden verklaard. De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde hun beroepen eveneens ongegrond op 15 maart 2007.

Verzoekers stelden hoger beroep in bij de Raad van State en verzochten om een voorlopige voorziening. De Voorzitter behandelde het verzoek op 25 april 2007. Uit de overwegingen blijkt dat de voorlopige voorziening een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor de bodemprocedure. De Voorzitter oordeelde dat de toetsing van de ruimtelijke onderbouwing en de strijdigheid met het bestemmingsplan in de bodemprocedure moet plaatsvinden.

Verder werd vastgesteld dat de ruwbouw van het gemeentehuis vrijwel voltooid was en dat er geen aanwijzingen waren dat archeologische of natuurwaarden bij voortzetting van de bouw zouden worden aangetast. Daarom was er geen aanleiding om de bouwactiviteiten te schorsen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor het gemeentehuis wordt afgewezen.

Uitspraak

200702284/2.
Datum uitspraak: 4 mei 2007
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
de vereniging voor Natuurbehoud en Milieubeheer in Midden- en Noord-Oost Brabant "het groene hart", gevestigd te Den Dungen, en de vereniging "Burger Belang Gestel", gevestigd te Sint-Michielsgestel,
verzoekers,
tegen de uitspraak in de zaken nos. Awb 06/1261 en 06/1614 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 15 maart 2007 in het geding tussen:
verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 8 november 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel (hierna: het college) aan de gemeente Sint-Michielsgestel een vrijstelling en bouwvergunning verleend voor de nieuwbouw van het gemeentehuis op het terrein van Viataal in de Zuidoosthoek nabij de Theerestraat en de Dommel te Sint-Michielsgestel.
Bij afzonderlijke besluiten van 3 maart 2006 heeft het college de door verzoekers daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 15 maart 2007, verzonden op 19 maart 2007, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) de door verzoekers daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief van 29 maart 2007, bij de Raad van State ingekomen op 30 maart 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 20 april 2007. Bij brief van 29 maart 2007, bij de Raad van State ingekomen op 30 maart 2007, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 25 april 2007, waar verzoekers, vertegenwoordigd door [voorzitter] van de vereniging voor Natuurbehoud en Milieubeheer in Midden- en Noord-Oost Brabant "het groene hart", en mr. Y.A. Breunesse, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.C.M. Pommer, burgemeester van de gemeente, en W.P.M. van den Heuvel en ing. R.G.M. Louwes, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2.    De vraag of de aan de verleende vrijstelling ten grondslag gelegde ruimtelijke onderbouwing de rechterlijke toets kan doorstaan, leent zich niet voor beantwoording in deze procedure. Dat dient te geschieden in de bodemprocedure. Hetgeen verzoekers hebben aangevoerd, geeft op voorhand echter geen aanleiding voor het oordeel dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans dat uiteindelijk zal blijken dat de vrijstelling en bouwvergunning niet mochten worden verleend. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de rechtbank, naar voorlopig oordeel, niet ten onrechte de bouwmogelijkheden die het vigerende bestemmingsplan biedt, heeft betrokken bij de beoordeling van de ruimtelijke onderbouwing en terecht heeft geoordeeld dat de strijdigheid van het bouwplan met dat bestemmingsplan gering is.
Ter zitting is gebleken dat de ruwbouw (nagenoeg) is voltooid. In dit stadium van de bouw bestaat geen grond voor het oordeel dat archeologische waarden en natuurwaarden bij voortzetting van de bouwactiviteiten aangetast zullen worden. Gelet hierop, bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.
2.3.    Het verzoek dient te worden afgewezen.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van Staat.
w.g. Polak w.g. Van Roessel
Voorzitter     ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2007
457