Uitspraak
200204052/1(AB 2003, 391). Volgens appellant gaat het bij de door hem aangevoerde beroepsgrond mede om de verenigbaarheid van het bestreden besluit met Richtlijn 96/61/EG van de Raad van de Europese Unie van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (hierna: de IPPC-richtlijn).
200601421/1, is een rechtstreeks beroep op bepalingen van de IPPC-richtlijn niet aan de orde, nu deze bij wet van 16 juli 2005, houdende wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Stb. 2005, 432), en het besluit van 8 oktober 2005, houdende wijziging van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Stb. 2005, 527), is geïmplementeerd in onder meer de Wet milieubeheer en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de Afdeling geen aanleiding ziet om te menen dat dit onvolledig of anderszins gebrekkig is gebeurd.