Uitspraak
200509349/1) - in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, een bepaald document toch onder dat bestuursorgaan berust.
Raad van State
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Zeist om informatie over de identiteit en advisering van een deskundige die betrokken was bij het invoeren van achteraf betaald parkeren. Het college gaf aan niet over schriftelijke documenten te beschikken omdat de deskundige slechts informeel als klankbord fungeerde en geen schriftelijke adviezen of declaraties heeft ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat dergelijke documenten bestonden. Appellante stelde dat de rechtbank onvoldoende onderzoek had gedaan naar de geloofwaardigheid van het standpunt van het college en dat het onwaarschijnlijk was dat er geen documenten of e-mails zouden zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat er geen documenten bestonden. De verklaringen over de informele aard van de contacten en het ontbreken van schriftelijke vastlegging waren consistent en geloofwaardig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De zaak betreft de toepassing van de Wet openbaarheid van bestuur en de bewijslast bij het verzoek om informatie over documenten die mogelijk niet onder het bestuursorgaan berusten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.